Category Archives: Remco Stoffer

2017 was een rampzalig jaar met de Spaanse bosbranden

2017 is een rampzalig jaar met de bosbranden in Spanje, dit jaar is een van de ergste in de laatste tien jaar. Er zijn 174.788 hectare natuur in de vlammen opgegaan en dat is op 2013 na het meeste sinds 2007. De cijfers gaan tot 31 oktober en zij werden bekend gemaakt door het Ministerie voor Landbouw en Visserij.

Er hebben dit jaar 52 zogenaamde Grandes Incendios Forestales (GIF) plaatsgevonden, dat is drie keer meer dan in 2016 en meer dan de 41 GIF’s in 2012 en de 35 grote bosbranden in 2009.

De verwoeste natuur beslaat 0,36% van het totale oppervlak van Spanje.

In totaal zijn er tussen 1 januari en 31 oktober 13.153 natuur- en bosbranden in Spanje geweest. Met de beelden van een van de ergste bosbranden die dit jaar in Galicië hebben plaatsgevonden kunnen we vaststellen dat Galicië, in het noordwesten, en Asturië en Cantabrië, in het noorden van Spanje, goed waren voor 51,80% van alle branden.

31,54% van de bosbranden vond plaats in het binnenland van Spanje, 15,2% langs de Middellandse Zee en 0,46% op de Canarische Eilanden.

Dit artikel is geschreven door Remco Stoffer maar aangepast voor Spanjeineennotendop.info. Overnemen van de hele of delen van deze tekst is zonder toestemming niet toegestaan.

Het Grondwettelijk Hof schort de wet van de Balearen op de dierenbescherming op

Het Tribunal Constitucional heeft de wet van de regioregering van de Balearen waarmee men een verbod instelde op het doden van de stier tijdens de stierenvechten, ongeldig verklaard. Volgens het Hof heeft de regioregering niet de bevoegdheden om dit soort wetten die landelijk geregeld dienen te worden aan te passen of in te voeren omdat bepaalde voorschriften niet voldoen aan de staatswetten.

Het Grondwettelijk Hof werd op aandringen van de Spaanse regering bestaande uit de conservatieve Partido Popular (PP) erbij gehaald omdat deze partij van de minister-president van mening is dat autonome regeringen niet de bevoegdheden hebben om deze wetten op te stellen.

De opschorting van de regionale wet is nog niet definitief maar werd op 10 november van kracht toen de Partido Popular haar klacht indiende bij het Grondwettelijk Hof. De opschorting van de wet op de dierenbescherming is gedurende vijf maanden van kracht waarna definitief besloten wordt of de wet legaal of illegaal is. Het nieuws van deze tijdelijke opschorting werd pas op 28 november geregistreerd en op 4 december bekend gemaakt.

Het is de zoveelste keer dat de regering van de Partido Popular het stierenvechten of de zogenaamde “Tauromaquia” een warm hart toedraagt. In de ogen van de PP is het stierengevecht een onderdeel van het cultureel erfgoed en hebben regeringen van autonome deelstaten niet de bevoegdheden om de nationaal geldende regels en wetten wat betreft het stierenvechten en dierenmishandeling in het algemeen aan te passen, te veranderen of te verbieden.

Vorig jaar werd ook al de Catalaanse wet op het stierengevecht door het Grondwettelijk Hof op aandringen van de PP verboden.

Dit artikel is geschreven door Remco Stoffer maar aangepast voor Spanjeineennotendop.info. Overnemen van de hele of delen van deze tekst is zonder toestemming niet toegestaan.

De hoogte van een Spaans pensioen is afhankelijk van de regio waar men woonachtig is

Foto: Picasdre

Sommige belangrijke zaken zijn in Spanje, vreemd genoeg, niet nationaal geregeld en er zijn grote verschillen mogelijk tussen de 17 autonome deelstaten. Dat geldt ook voor de pensioenen en de hoogte van het maandelijkse bedrag wat gepensioneerden in Spanje ontvangen. Er zijn enorme verschillen waarbij iemand in het Baskenland meer zal ontvangen per maand dan een gepensioneerde in Extremadura of Galicië.

Er zijn in Spanje enorm grote verschillen in de hoogte van de pensioenuitkering. Zo ontvangt een gepensioneerde (jubilado) in Pais Vasco (Baskenland) gemiddeld 1.320 euro per maand maar een gepensioneerde in Extremadura of Galicië gemiddeld slechts iets meer dan 881 euro per maand.

Zo is het gemiddelde Spaanse pensioen “pensión por jubilación” 1.068,38 euro, een 1,95% meer dan oktober vorig jaar maar de inwoners van het Baskenland, Madrid en Navarra zitten daar met respectievelijk 1.320,62 euro, 1.261,33 euro en 1.210,47 euro ruim boven. Ook in Asturië met 1.298,78 euro, Aragón met 1.116,41 euro, Cantabrië met 1.135,24 euro, Catalonië met 1.086,60 euro, La Rioja met 1.111,57 euro, Ceuta met 1.160,14 euro en Melilla met 1.119,20 euro zullen gepensioneerden meer dan het landelijk gemiddelde ontvangen.

Gepensioneerden in de overige autonome deelstaten ontvangen minder dan het landelijk gemiddelde en dat zijn dan Castilla y León met 1.046,32 euro, Balearen met 982,24 euro, Castilla-La Mancha met 985,12 euro, Canarische Eilanden met 1.004,79 euro, Comunidad Valenciana met 974,47 euro, Andalusië met 963,50 euro en helemaal onderaan de lijst dus de eerder genoemde deelstaten Galicië met 889,50 euro en Extremadura met 881,03 euro gemiddeld per maand.

In totaal zijn er 9.552.302 personen in Spanje die een vorm van een “pensión” ontvangen waarbij meer dan de helft, te weten 5.858.984 personen een uitkering ontvangen voor “jubilación” wat een pensioen is, 2.703.349 vanwege de “viudedad en orfandad” ofwel het overlevingspensioen of nabestaandenwet, 948.920 vanwege arbeidsongeschikt en 41.049 voor familiehulp. Het bedrag wat maandelijks uitgekeerd wordt aan alle uitkeringen is opgelopen tot 8,8 miljard euro, een 2,97% meer dan oktober 2016.

Het pensioen in Spanje is dit jaar, net zoals de afgelopen jaren, opnieuw verhoogd maar slechts met 0,25%, het minimale wat de Spaanse regering verplicht is te verhogen. Helaas is de inflatie vele malen hoger waardoor de jubilados er weer op achteruit zijn gegaan. Toch hebben de gepensioneerden in Spanje de afgelopen 10 jaar hun pensioenen met meer dan 25% zien stijgen van 678 euro in 2007 naar 1.068 euro in 2017. Het levensonderhoud is gedurende die 10 jaar echter vele malen duurder geworden dan de 25% aan pensioenverhogingen.

Dit artikel is geschreven door Remco Stoffer maar aangepast voor Spanjeineennotendop.info. Overnemen van de hele of delen van deze tekst is zonder toestemming niet toegestaan.

Vanaf 1 december gelden er voor het autoverkeer nieuwe milieuwetten in Barcelona

Enkele dagen geleden bleek het nog eens, de luchtverontreiniging in de Spaanse steden, maar hier niet alleen, is een groot probleem. Een aantal gemeentebesturen verkiest het om zijn kop in het zand te steken en enkele gemeentebesturen ondernemen actie.

In Barcelona is men recent wakker geschoten en heeft men nu ook een aantal maatregelen genomen om de luchtkwaliteit te verbeteren.  Een van die maatregelen is dat men vanaf 1 december niet zomaar de stad mag binnen rijden met oude vervuilende voertuigen.

Vanaf 1 december mogen automobilisten die geen speciale milieusticker (etiqueta ambiental) van de Spaanse verkeersdienst DGT hebben niet zomaar de stad binnenrijden op dagen dat er veel last is van luchtverontreiniging.

Auto’s die toch in de stad geflitst worden of die bij controles worden aangetroffen kunnen een boete verwachten van 100 euro of meer.

Volgens de gemeente gaat het niet alleen om aan deze maatregel geld te verdienen maar men wil zo autobestuurders bewust maken van het milieuprobleem.

De Guardia Urbana, de gemeentepolitie dus, kan boetes uitschrijven maar zij mogen in geen enkel geval de verontreinigende auto stilzetten.

Je kan op deze website van de gemeente Barcelona zien hoe de situatie momenteel is maar ook voor de volgende dagen is er een voorspelling opgenomen.

Vanaf 1 december 2017 treedt de nieuwe maatregel in werking maar alleen op die dagen dat er een hoge verontreiniging is en alleen tussen 7 en 20 uur op doordeweekse dagen. Deze toestand zou maximaal 3 maal per jaar voorkomen.

Auto’s die op benzine rijden en voor het jaar 2000 zijn gebouwd, auto’s die op diesel rijden die voor 2006 zijn gebouwd en minibussen die gebouwd zijn voor Euro1 (voor 1994) mogen de stad niet inrijden op dagen dat er teveel milieuverontreiniging is.

Bestelbussen, vrachtwagens, bussen en motoren zijn gedurende de eerste twee jaar uitgesloten van deze beperking. Vanaf 1 december 2017 zullen 48 speciale eenheden van de Guardia Urbana controles op de stickers uitvoeren.

De toestand veranderd nogmaals op 1 december 2019, vanaf dat moment mogen auto’s die voor 1997 gebouwd zijn en bestelbussen die gebouwd zijn voor 1994 de stad Barcelona en 40 andere gemeenten in de provincie niet meer inrijden.

Het is een van de vergaande nieuwe regels die de gemeente Barcelona en vertegenwoordigers van 40 gemeenten rondom de Catalaanse hoofdstad zullen gaan invoeren om de luchtverontreiniging terug te gaan dringen.

De vraag is natuurlijk, wat gebeurd er met die voertuigen die niet ingeschreven staan in de stad Barcelona of de ruim 40 randgemeenten van de Catalaanse hoofdstad. Mogen deze wel het centrum inrijden of niet.

Als het om Spaanse auto’s gaat in principe niet want alle milieuverontreinigende auto’s zouden in feite een sticker van de Spaanse verkeersdienst (DGT) moeten hebben.

In het geval van buitenlandse auto’s is dat een ander verhaal maar het is niet helemaal duidelijk wat de regelgeving is maar er zal waarschijnlijk gekeken worden naar de Europese aanduidingen van Euro1, Euro2, Euro3 en Euro4 modellen.

Dit artikel is geschreven door Remco Stoffer maar aangepast voor Spanjeineennotendop.info. Overnemen van de hele of delen van deze tekst is zonder toestemming niet toegestaan.

De economische crisis heeft geen negatieve invloed op het aantal rijken

Het aantal rijke inwoners in Spanje is gedurende de crisisjaren niet afgenomen maar hun aantal is zelfs toegenomen. Nu het einde van de grote economische crisis volgens velen bijna nabij is, is ook het aantal superrijke inwoners van Spanje flink gestegen.

Zo lezen we in de informatie van de Spaanse belastingdienst dat er nu 549 personen in Spanje zijn die een belastbaar vermogen hebben opgegeven van meer dan 30 miljoen euro en dat zijn er 41 meer dan vorig jaar.

Of deze cijfers de realiteit weergeven is zeer de vraag omdat ze afkomstig zijn van de Spaanse belastingdienst ( Agencia Tributaria – Hacienda). Het is zeer waarschijnlijk dat er veel meer rijke inwoners in Spanje zijn omdat niet iedereen al zijn inkomen opgeeft bij de belastingdienst.

Het gecombineerde vermogen van alle rijken in Spanje is goed voor 582,6 miljard euro waarvan het merendeel verwerkt zit in aandelen in bedrijven en onroerend goed.

Er zijn in Spanje 127.125 personen die een vermogen hebben tussen de 300.000 en 1.502.000 euro terwijl 50.738 personen bij de belastingdienst hebben opgegeven dat ze een vermogen tussen de 1.502.000 en 6.010.000 euro hebben.

Daarnaast zijn er 5.931 personen die een belastbaar vermogen hebben tussen 6.010.000 en 30.050.000 euro.

Wat het aantal zogenaamde super-rijken betreft die een belastbaar vermogen moeten hebben van meer dan 30 miljoen euro, zo zijn 549 inwoners in dit geval en zij mogen zich dus super-rijk noemen.

Dit artikel is geschreven door Remco Stoffer en aangepast voor Spanjeineennotendop.info. Overnemen van de hele of delen van deze tekst is zonder toestemming niet toegestaan.

Een belasting voor particulieren die tweedehandse goederen op het internet verkopen komt er aan

Spaanse residenten die wel eens incidenteel of vaak iets verkopen via het internet zoals op Ebay, Amazon, Milanuncios of de mobiele apps Vibbo en Wallapop moeten er rekening mee houden dat de Spaanse belastingdienst meekijkt. Er ligt een plan klaar om particuliere verkopers 4% belasting te laten betalen op hetgeen men verkoopt door een naheffing te sturen.  Hiervoor heeft  men de Transmisiones Patrimoniales Onerosas (ITP) wat min of meer gezien kan worden als een IVA (btw).

Tot nu toe sloot de belastingdienst haar ogen voor de verkoop van goederen en de levering van diensten tussen particulieren. Dat kwam deels doordat deze onderhandse verkopen moeilijk te controleren zijn. Maar met de komst van websites en mobiele apps die mensen in staat stellen om artikelen te verkopen of diensten aan te bieden is de controle ook makkelijker geworden. De Spaanse belastingdienst Hacienda kan immers alles nakijken en in principe staat ook altijd alles geregistreerd bij de leveranciers van de diensten die volgens de wet ook hun gegevens zouden moeten afstaan als de belastingdienst daar om vraagt.

Het gaat hierbij over websites zoals Amazon, ebay of Milanuncios en speciale mobiele apps. zoals Vibbo en de in Spanje zeer bekende Wallapop. Via deze websites/apps kunnen particulieren makkelijk hun spullen verkopen alsof het een rommelmarkt is. Net zoals in andere landen is de internetverkoop ook in Spanje flink gestegen en dus meent de Agencia Tributaria dat het tijd is om over verkochte spullen en geleverde diensten belastingen te gaan heffen.

Veel mensen die iets verkopen vragen het zich wel vaker af of men geen IVA (BTW) moet betalen. Volgens de Minister van Belastingzaken Cristóbal Montoro zijn internetverkopen net zo onderhevig aan een vorm van belasting zoals de IVA als fysieke verkopen in winkels. Dat geldt voor de officiële winkels die hun eigen websites hebben of hun artikelen via andere websites aanbieden en dat zou dus volgens de Minister ook moeten gelden voor particulieren die op internet hun spullen verkopen of diensten aanbieden.

Eventuele verkopen op internet zouden bij het salaris opgeteld moeten worden en gedeclareerd worden bij de belastingdienst maar particulieren doen dat niet. Daarom is het mogelijk om naheffingen te sturen waarbij particuliere verkopers achteraf gevraagd wordt om de 4% belasting te betalen over hetgeen wat verkocht is. In principe is dat vreemd want over een nieuw product is al eens belasting betaald en in principe worden tweedehands artikelen altijd tegen lagere prijzen doorverkocht. Uitzonderingen daarop zijn kunstobjecten waar wel al veel langer een belasting op gevraagd wordt.

Voorlopig blijft het nog bij plannen en voert de belastingdienst in Spanje, zoals ze zelf zeggen, nog geen controle uit door websites en apps. af te speuren naar particuliere verkopers. De techniek is er echter wel en ook de wil om zo meer belastinggeld binnen te halen.

Dit artikel is geschreven door Remco Stoffer en aangepast voor Spanjeineennotendop.info. Overnemen van de hele of delen van deze tekst is zonder toestemming niet toegestaan.

 

De ergste droogte in 20 jaar treft bijna alle Spaanse regio’s

Spanje heeft momenteel te maken met een van de droogste periodes uit de laatste 20 jaar. Volgens experts is dit het gevolg van drie jaar weinig regen waardoor de stuwmeren niet meer gevuld geraken. Zij staan nu op het laagste niveau van de laatste 20 jaar met slechts een gemiddelde capaciteit van 37,22% terwijl dat vorig jaar rond dezelfde tijd nog 48,17% was en 10 jaar geleden was dat nog 53,6%.

Dit jaar heeft vooral het noordwesten van Spanje, de regio Galicië, te maken met de grote droogte. Dat is op zich vreemd te noemen omdat dit juist de regio in Spanje is waar meer regen te zien is dan zonneschijn. De Duero rivier in Galicië is voor slechts 29,8% gevuld en de Miño rivier voor 38,6%.

De leegstand van de stuwmeren en rivieren en het gebrek aan regenwater zorgen niet alleen voor minder kraanwater maar ook voor een lagere opwekking van elektriciteit waarbij men opnieuw de kolen en aardgascentrales moet aanspreken om stroom op te wekken. Tot nu toe is de hydro-elektrische opwekking, een hernieuwbare energiebron, in 2017 in vergelijking met dezelfde periode van 2016 met 49,2% gedaald. Die kloof is gevuld met steenkool (met een stijging van 27,9%) en aardgas (30,7% meer dan in 2016). Aan deze energiebronnen hangt er een prijskaartje en dat wordt doorgerekend aan de klanten.

Op satellietbeelden, die de Spaanse weerdienst Aemet op Twitter plaatste, is te zien dat tussen 31.10.2014 (links) en 31.10.2017 (rechts) er veel minder vegetatie te zien is in Spanje, iets wat af te lezen is uit het gebrek van de bruine plekken.

Dit artikel is geschreven door Remco Stoffer en aangepast voor Spanjeineennotendop.info. Overnemen van de hele of delen van deze tekst is zonder toestemming niet toegestaan.

Dagelijks tekort op de Spaanse begroting loopt op met 222 miljoen euro

Toen de Spaanse minister-president Mariano Rajoy van de Partido Popular (PP) in 2011 de macht overnam van de toenmalige minister-president Zapatero van de PSOE was het eerste wat Rajoy zegde dat je niet iets kunt uitgeven wat je niet hebt. Daarmee refereerde hij naar de uitgaven die José Luis Rodriguez Zapatero deed tijdens de eerste crisisjaren waardoor Spanje in een diepe recessie terecht was gekomen. Helaas heeft Rajoy het niet beter gedaan, integendeel alles is nog erger geworden en zo is er een dagelijks tekort ontstaan van 222 miljoen euro.

Rajoy wordt op dit moment wellicht door veel Spanjaarden geprezen voor zijn optreden in Catalonië met het uitvoeren van artikel 155 om de rebellie in de autonome deelstaat te stoppen maar zijn economische beleid in heel Spanje zal waarschijnlijk niet door iedereen goedgekeurd worden.

In het jaar nadat Rajoy aan de macht kwam steeg het verschil tussen inkomsten en uitgaven naar 108,8 miljard euro wat ongeveer gelijk is aan 10,5% van het bruto binnenlands product (bbp). Toen werd al duidelijk dat Rajoy het niet veel beter deed dan zijn voorganger waarop hij zoveel kritiek had. Het tekort in Spanje daalde wel geleidelijk aan maar het is met 4,5% nog steeds hoger dan het Europese gemiddelde dat op 1,5% staat.

Sinds dat de conservatieve Partido Popular de macht overnam is de totale schuld tot op het einde van het eerste semester van dit jaar met 447 miljard euro toegenomen wat neerkomt op zo’n 81,3 miljard euro per jaar wat duidelijk meer is dan de 74,2 miljard euro tijdens het laatste jaar van Zapatero.

Met het beleid van Rajoy is het tekort van Spanje per dag met 222 miljoen euro toegenomen, en dit ondanks de kritiek van Rajoy op Zapatero dat je niet meer kunt uitgeven dan wat je hebt.

Dit artikel is geschreven door Remco Stoffer en aangepast voor Spanjeineennotendop.info. Overnemen van de hele of delen van deze tekst is zonder toestemming niet toegestaan.

Toeristen moeten meer gaan betalen voor het openbaar vervoer in Barcelona

De gemeente Barcelona wil het gebruik van de zogenaamde T-10 kaarten voor metro en stadsbussen gaan verminderen en toeristen verliezen de kans om deze door de gemeente gesubsidieerde kortingspassen te gebruiken. Met de T-10 kaarten kun je tien keer gebruik maken van het openbaar vervoer zoals stadsbussen en de metro en ze zijn in principe enkel voor de inwoners van de stad.

Volgens de gemeente Barcelona maakt 62,7% van de gebruikers van de bus en metro gebruik van deze T-10 kortingspassen. Het gaat daarbij volgens de gemeente niet om discriminatie, iets wat bijvoorbeeld onder inwoners van de Europese Unie niet is toegestaan, maar om een verschil te hebben tussen de inwoners van de stad en de bezoekers.

Zo zullen bezoekers en toeristen in Barcelona in de toekomst bijna het dubbele moeten betalen voor de T-10 kaarten. Momenteel zijn onder de gebruikers van het openbaar vervoer tussen de 10% en 15% toeristen.

Iets wat ook nog aandacht vraagt van de gemeente is het gebruik van de metrostations. Toeristen maken slechts gebruik van 15 van de 165 metrostations waardoor deze extra veel mensen te verwerken krijgen. Daarnaast lijkt lijnbus 24 tegenwoordig meer op een toeristenbus omdat deze de route aflegt langs o.a. bij Parque Guëll, Casa Batllo, Sant Antoni markt, La Pedrera en de Fundación Tapies.

De gemeente wil daarnaast ook dat bussen met toeristen die voor een dagje naar Barcelona komen in de toekomst gaan betalen als een soort van toeristenbelasting. Jaarlijks komen er 30 miljoen toeristen naar Barcelona waarvan zo’n 13 miljoen slechts een dag in de stad blijven waardoor zij geen toeristenbelasting betalen (geen overnachting) maar zij maken wel gebruik van de stadsvoorzieningen.

Daarom wil men de organisatoren van excursies naar Barcelona laten betalen voor de toeristen in de bus. De gemeente heeft uitgerekend dat er dagelijks tussen de 150 en 200 bussen de stad inrijden en in de zomer loopt dit op tot 250 bussen per dag.

Dit artikel is geschreven door Remco Stoffer en aangepast voor Spanjeineennotendop.info. Overnemen van de hele of delen van deze tekst is zonder toestemming niet toegestaan.