All posts by RogerL

Spanje, staatkundig bekeken

  1. Deling van de macht
  2. Autonome gebieden
  3. Defensie
  4. Bestuurlijke indeling
  5. Betwisten van grondgebied
  6. Onafhankelijkheid
  7. Website

Spanje is een parlementaire democratie, aan het hoofd van het land staat een koning met een erfelijke titel, en een twee kamer parlement, de Cortes Generales.
1. Deling van de macht

De uitvoerende macht wordt gevormd door de Raad van Ministers, met als voorzitter de premier, die fungeert als hoofd van de staat.

Het is de koning die na de parlementsverkiezingen de premier voordraagt, deze moeten het vertrouwen krijgen van het parlement.

De wetgevende macht wordt gevormd door het parlement, het hoogste orgaan welke het Spaanse volk vertegenwoordigt.

Deze Cortes bestaat uit een Lager huis, het Congres van Volksvertegenwoordigers en een Hoger huis, de Senaat. Het Congres van Volksvertegenwoordigers bestaat uit 350 leden, verkozen door de bevolking en met gesloten lijsten van evenredige vertegenwoordiging van provinciale kiesomschrijvingen. Zij zijn verkozen voor een periode van 4 jaar.

Het systeem is niet volstrekt evenredig omdat er een minimum aantal zetels zijn toegewezen aan de provincies en omdat er een ingebouwd systeem is om de grootste partijen te bevoordelen.

De Senaat telt momenteel 259 zetels, hiervan zijn er 208 rechtstreeks verkozen in provinciale kies omschrijvingen, elk van hen kiest 4 senatoren, volgens een meerderheidssysteem (3 voor de meerderheid en 1 voor de minderheid), de 51 anderen worden benoemd door de regio’s. Zij zijn verkozen voor een termijn van 4 jaar.

De rechterlijke macht wordt gevormd door rechtbanken en tribunalen, samen met rechters en magistraten vormen zij de rechterlijke macht in naam van de koning.


Hoog gerechtshof

2. Autonome gebieden

Spanje is wat men tegenwoordig noemt een staat van de autonome gebieden., het land is formeel een unitaire staat, maar zij werkt in feite als een federatie met autonome gebieden

De verschillen binnen dit systeem moeten het proces van overdracht van bevoegdheden van de centrale staat naar de autonome regio’s vergemakkelijken, er zijn asymmetrische verschillen tussen de regio’s, maar dit proces geeft het beste resultaat van zelfregering voor de regio’s die een hoge graad van onafhankelijkheid wensen, de zogenaamde “comunidades autónomas de régimen especial”, zoals Catalonië, Andalucia, Galicia, Navarra en Baskenland.

Aan de andere zijde zijn er de andere autonome regio’s, de zogenaamde “comunidades autónomas de régimen común’, zij beschikken niet over zoveel bevoegdheden als de voorgaande. Maar zonder twijfel evolueren deze laatste ook in de richting van meer autonomie.

Vandaag de dag kan Spanje beschouwd worden als een van de meest gedecentraliseerde landen van Europa. De bevoegdheden voor volksgezondheid en onderwijs zijn voor de autonome regio’s, terwijl sommige deelstaten zelf instaan voor de inrichting van hun politie. De autonome regio’s Catalonië, Baskenland en Navarra zijn in dit geval.

3. Defensie

De verdediging van het land berust bij het leger. Het Spaanse leger is samengesteld uit::

  • Landmacht
  • Zeemacht
  • Luchtmacht

Buiten deze drie machten is er nog een, de Guardia Real, een apart korps en verantwoordelijk voor de veiligheid.

Spanje is van de belangrijkste landen in EUFOR en het Eurokorps. Verder heeft Spanje een belangrijke rol in de NATO waarvan het lid werd in 1982. Spanje heeft tevens de zevende machtigste vloot ter wereld.

4. Bestuurlijke indeling

Spanje is een land, onderverdeeld in 17 autonome regio’s, 50 provincies en 2 autonome steden. Hoofdstuk VIII van de grondwet bepaald de bestuurlijke indeling van de staat in gemeenten, provincies en autonome regio’s.

De 17 autonome regio’s met hun provincies zijn:

Andalucia, de hoofdstad is Sevilla

  • Almeria
  • Cadiz
  • Cordoba
  • Granada
  • Huelva
  • Jaén
  • Málaga
  • Sevilla

Aragón, de hoofdstad is Zaragoza

  • Huesca
  • Teruel
  • Zaragoza

Principado de Asturias, de hoofdstad is Oviedo

  • Oviedo

Islas Baleares, de hoofdstad is  Palma de Mallorca

  • Islas Baleares

Pais Vasco, de hoofdstad is  Vitoria

  • Alava
  • Guipúzcoa
  • Vizcaya

Canarias, de hoofdstad is  Las Palmas

  • Las Palmas
  • Santa Cruz de Tenerife

Cantabria, de hoofdstad is Santander

  • Cantabria

Castilla la Mancha, de hoofdstad is Toledo

  • Albacete
  • Ciudad Real
  • Cuenca
  • Guadalajara
  • Toledo

Castilla y Léon, de hoofdstad is  Valladolid

  • Avila
  • Burgos
  • Léon
  • Palencia
  • Salamanca
  • Segovia
  • Soria
  • Valladolid
  • Zamora

Cataluña, de hoofdstad is Barcelona

  • Barcelona
  • Gerona
  • Lérida
  • Tarragona

Extramadura, de hoofdstad is Mérida

  • Badajoz
  • Cáceres

Galicia, de hoofdstad is Santiago de Compostela

  • La Coruña
  • Lugo
  • Orense
  • Pontevedra

Comunidad de Madrid, de hoofdstad is Madrid

  • Madrid

Región de Murcia, de hoofdstad is Murcia

  • Murcia

Navarra, de hoofdstad is Pamplona

  • Navarra

La Rioja, de hoofdstad is Logroño

  • La Rioja

Comunidad de Valencia, de hoofdstad is Valencia

  • Alicante
  • Castellón
  • Valencia

De twee autonome steden zijn:

Ceuta en Melilla

5. Betwisten van grondgebied

Spanje eist de teruggave van de Britse kolonie Gibraltar. Gibraltar is 6 km² groot en ligt op het zuidelijkste punt van het Iberisch schiereiland. Het werd veroverd door de Britten op Spanje in 1704 tijdens de Oorlog voor de Troonopvolging. De eis tot teruggave door de Britten werd soms kracht bijgezet door militaire operaties, vooral tijdens de 18de eeuw, de 19de en tot in de 20ste eeuw. De regering van Franco bracht in 1960, Gibraltar nog voor de UNO.

Aan de andere kant, Portugal erkent de Spaanse soevereiniteit niet over Olivenza, een streek aan de grens rond Badajoz, en afgestaan door Portugal aan Spanje met het Verdrag van Badajoz in 1801. De resoluties van het congres van Wenen worden verschillend geïnterpreteerd door de verschillende landen. Uiteindelijk erkend Spanje de rechten van Portugal niet op deze landstreek.

Over een onbewoond eiland, Perejil, is er dan weer een dispuut met Marokko. Na een incident van 2002, een akkoord tussen beide landen met zich meebracht dat er geen militaire acties meer zouden ondernomen worden.

6. Onafhankelijkheid

Ook in Spanje bestaan er nationalistische partijen die streven naar afscheiding van Spanje. Vooral het noorden van het land streeft naar afscheiding. In Galicia, Catalonië en het Baskenland (Pais Vasco) is dit streven het sterkst.

7. Website: De website van het Congres van Afgevaardigden

Waar komt de naam Spanje vandaan?

España is een afgeleide van Hispania, een naam die de Romeinen gaven aan het ganse schiereiland Ibérica, wat op zijn beurt reeds een afleiding was van Iberia. Iberia genoot de voorkeur van de oude Griekse schrijvers om te verwijzen naar de zelfde plaats.

hispania

Niettemin, de term Hispania kan verschillende verklaringen hebben, sommige zijn eerder controversieel.

Een verklaring kan zijn dat Hispania afkomstig is van de Feniciërs, een term door hen gebruikt vanaf de 2° eeuw voor Christus.

De Feniciërs hebben van buitenaf de eerste beschaving gebracht, teneinde de handel uit te breiden. Zij zijn ook de stichters van de stad Gadir, het huidige Cadiz, en waarschijnlijk de oudste stad in West-Europa.

De Romeinen namen de benaming over van de door hen overwonnen Carthagers, zij vertaalden het begin van het woord zoals in “kust”, “eiland” of “grond” in de betekenis van “regio”. De letters SPN van Hispania, kan in het Hebreeuws gelezen worden als saphan, wat ze uiteindelijk vertaalden als “konijnen”.

Daarom gaven de Romeinen Hispania de betekenis van “land met konijnen in overvloed”. Meerdere munten uit de tijd van de Romeinen hadden afbeeldingen van een dame met een konijn aan haar voeten.

Volgens de historicus Cándido Maria Trigueros is er een andere theorie welke hij verdedigde voor de Universiteit van Barcelona in 1767. Volgens hem is het alfabet van de Feniciërs (ongeveer gelijk aan het Hebreeuws) zonder klinkers.

Zo betekend spn “het noorden” dus volgens Trigueros gebruikten zij dit voor het Iberisch schiereiland.

Een andere wetenschapper Jesús Luis Cunchillos heeft in zijn boek “Gramática fenicia elemental” uit 2000 de naam Hispania opgedeeld in span en spy, wat betekende “smeden van metalen”. Daarom i-spn-ya betekende volgens hem dus “het land waar men metaal smeedde”.

Apart van de Fenicische oorsprong, heeft men in de moderne tijd nog een nieuwe theorie opgemaakt, Hispalis zou de betekenis hebben van “Westelijke Stad”, omdat Hispalis de grootste stad op het Iberisch schiereiland was zijn de Feniciërs en later de Romeinen deze naam gaan gebruiken voor het ganse schiereiland.

Nog een andere theorie is dat Hispalis is overgegaan in Hispania als afgeleide vorm van de legendarische koningen van Spanje, Hispalo en zijn zoon Hispano, zoon en kleinzoon van Hercules.

Spaanse gerechten – Rijst

Paella is afkomstig uit de buurt van Valencia waar grote rijstvelden zijn. Maar Paella is ook in Madrid, Mallorca, Murcia en Málaga thuis. Elke streek heeft zijn eigen aanpassingen aan het recept aangebracht zodat er nu een groot aantal recepten bestaan.

rijst

Zoals pasta in Italië is, is paella in Spanje meestal een voorgerecht. Als het een voorgerecht is dan ligt er niet echt veel vlees of vis op de rijst.

De voornaamste ingrediënten van paella zijn rijst, olie en saffraan. Bovendien kan u hier dan ook een grote variëteit aan vlees, vis, kip, groenten en schaaldieren in vinden.

Een paella met zeevruchten noemt men soms ook “arroz a la marinera” en hij bevat garnalen, mosselen, schelpen, inktvis en stukken vis. Slakken zijn typisch voor de paella’s in de Levant.

De Catalanen maakten voor het eerst een paella zonder beenderen, de “parellada”. De meest gebruikte combinatie is die met varkensvlees, kip en vis.

De populairste groenten zijn erwten, pepers, tomaten maar ook tuinbonen, groene bonen, asperges, artisjokken en paddenstoelen worden gebruikt.

Het maken van een paella gebeurt ook veel in de open lucht, het is zelfs een favoriet maal voor tijdens de pic-nics tijdens de plaatselijke feesten, er staan dan dikwijls honderden paella’s gelijktijdig te koken in de velden.

Paella heeft een heet, vlug brandend vuur nodig en dan kom je meestal al buitenhuis terecht want een gasvuur is niet groot genoeg om een hele paella pan op te zetten. Je kan naast droog hout ook houtskool gebruiken om de pan op te zetten.

In Spanje maakt men zelden een paella klaar in de oven, de meeste Spanjaarden bezaten een 10 tal jaar geleden geen oven maar nu kan je de pan ongeveer 10 minuten in de oven plaatsen voor de laatste minuten.

Men gebruikt medium of kleine korrel rijst om paella te maken, deze soorten zijn sterker dan de lange rijst of de pilaf rijst.  De kleine korrel rijst neemt de smaken van de andere producten in de paella beter op. Men moet opletten dat men de rijst niet overkookt, het resultaat is een kleverige brij. Daarom is het belangrijk om een goede olijfolie te gebruiken, deze olijfolie geeft naast de smaak ook een bescherming tegen het kleven van de rijst.

Vreemd genoeg gebruikt men niet altijd saffraan om de paella te kleuren. In de goedkopere restaurants of kleine  bars aan de stranden is het de regel dat men een kleurstof in de paella doet.  Men kan paprika gebruiken om kleur te geven maar gebruik nooit kurkuma, de smaak van de paella zal gans anders zijn dan men verwacht.

Een andere tip is dat als men een paella maakt voor een groot aantal personen of men wil er veel vlees opleggen, gebruik dan een andere pan om het vlees te bruinen, het braadvocht zal een slechte invloed hebben op de vorm van de rijst.

Alhoewel het niet echt moeilijk is om een paella te bereiden zal de eerste maal toch een aparte belevenis zijn. Maak of zet alle ingrediënten op voorhand klaar. Kuis de inktvis, stoom de mosselen, pel de garnalen, pel en snij de tomaten klein enz. Eenmaal alles klaar staat is de normale kooktijd ongeveer 40 minuten, 20 minuten om alles te sauteren en 20 minuten kooktijd voor de rijst.

Snij alle ingrediënten zodanig dat ze dezelfde kooktijd hebben als de rijst.   Kip bijvoorbeeld kan je best in kleine stukken snijden. Voeg de vloeistof bij de rijst en dat is meestal kippenbouillon of zelfs water en de vloeistof moet zeer warm zijn, zelfs kokend. Voeg ongeveer 2 maal de hoeveelheid vocht bij als de hoeveelheid rijst maar bedenk dat vis en tomaten ook vloeistof afgeven. Roer in het begin alles goed door maar blijf niet roeren, schud de pan als je iets wil verleggen.

Haal de pan van het vuur voor de rijst volledig gaar is. De rijst moet nog een harde kern hebben en laat de pan 10 minuten rusten voor het opdienen.

Spaanse gerechten – Eiergerechten

Het populairste eiergerecht in Spanje is ongetwijfeld de “tortilla española”. De tortilla is een soort omelet en heeft niets te maken met de Mexicaanse tortilla, deze is trouwens gemaakt van maismeel.

tortilla

De Spaanse omelet is rond en plat en bevat aardappelen en/of vlees, groenten, vis, kruiden en champignons.

Om dit gerecht te maken is heel wat oefening vereist. De smaak is snel onder controle maar om de omelet om te draaien in de pan is heel wat anders. Dus voordat je gasten uitnodigt, oefen eerst een beetje.

Een deel van het succes hangt af van de gebruikte pan. Je hebt een lichtgewicht pan nodig waardoor het omdraaien van de omelet gemakkelijker is. Men gebruikt best een oude pan met een lange steel en hoge kanten. Hoe de pan goed geolied en vrij van roest. De meeste Spaanse vrouwen gebruiken nog een niet aanbak vrije pan.

Een tortilla met 4 eieren moet gebakken worden in een pan met een bodem oppervlak van 20 cm of iets minder. Dit geeft een tortilla van 4 à 5 cm dikte en hij moet goudbruin gebakken worden aan de buitenzijde en binnenin moet hij licht lopend zijn.

Olijfolie is het beste bakmiddel en men heeft er heel wat van nodig of het aanbakken tegen te gaan.

Spaanse gerechten – Soepen

Overal ter wereld heeft de plaatselijke keuken een groot aanbod aan soepen. In Spanje is dit aanbod aan soepen enorm. Soep is in Spanje zoals het brood een basisvoedsel. Sommige soepen hebben dan ook brood als ingrediënt. Ook looksoep in al zijn vormen is populair en ze staat zelfs op de menukaart van de betere restaurants.

soep

De meeste toeristen denken bij soep automatisch aan gazpacho, een soort vloeibare salade maar het aanbod is veel, veel groter. Naast de gazpacho is er een groot aanbod aan vissoepen Sommige van deze soepen bevatten zelfs 5 soorten vis of schaaldieren.

De basissoep is Spanje is echter de “cocido” of de “puchero”. Deze namen staan voor een gerecht met een samenstelling van kip, rundvlees, worsten, kikkererwten en groenten.

Dan zijn er nog de “potajes” of de “cazuelas”. Onder “potaje” verstaat men een gewone dikke soep.. Ze worden dikwijls gegeven als voorgerecht maar ze zijn sterk genoeg om als hoofdgerecht te dienen. Een “cazuela” daarentegen is een soep gemaakt in aardewerkschotels.

Met al deze soorten is er altijd wel iets voor iedereen en in ieder seizoen.

Spaanse gerechten – Tapas

De tapasbar is een speciaal deel van het Spaanse leven. Men drinkt hier zijn wijntje, soms rechtstreeks uit het vat en dit gebeurt samen met een enorm aanbod aan voedsel zowel koud als warm welke men dan meestal staande eet.  Na het eten van verscheidene kleine porties eet men soms een volledig maal en anderen maken een maal van allerhande tapas.

tapas

Naast het gewone vingervoedsel zoals olijven, nootjes en chips kan men vragen naar gesneden kaas, worsten en ham maar ook naar kroketjes, of broodjes met varkensvlees, gebakken garnalen, een stoofpot van konijn, kip met look en nog veel meer.

Een portie tapas, geserveerd op een klein schaaltje met een stukje brood is enkel een knabbeltje. Een grotere portie is een “ración”. Veel van deze tapas kunnen uitstekend gegeven worden op een feestje en buiten de gefrituurde tapas kan het meeste op voorhand klaar gemaakt worden.

Entremeces of de Spaanse hors-d’oeuvres zijn ook eetlust opwekkende gerechtjes maar worden meestal als voorgerecht gegeten. Een typisch voorgerecht zijn een aardappelsalade met peper en olijven, asperges met mayonaise, schijfjes serrano ham en worstjes, gebakken sardientjes of een paar garnalen met olijven. Een schaal met entremeses kan een volledige maaltijd zijn.

Onder de naam “ensalada” verstaat men in Spaanse een gans aanbod aan koude gerechten, veel ervan worden ook gegeten als tapa maar andere kunnen als een voorgerecht gegeten worden.

Koken, het begin

Vijzel en stamper: het geluid van vijzel en stamper (almirez) is het geluid van goed voedsel. Hele ongemalen kruiden worden geplet en gemalen in de vijzel en dan opgelost in een weinig vloeistof voor men het in de kookpot doet.

Als men begint te werken met de vijzel moet men er eerst de kleine harde ingrediënten indoen zoals kruidnagel en peperkorrels, saffraan en look, dan volgen de amandelen om er als laatst de bulkproducten, zoals broodkruimels, bij te doen.

Los het mengsel op in een weinig water, wijn of bouillon.

De vijzel is het meest handige hulpmiddel om een kleine hoeveelheid kruiden of look te bereiden maar zijn het grotere hoeveelheden dan kan men misschien overschakelen op een mixer.

Paella pan: de kok die paella wil maken, of het nu thuis, in het buitenland of in Spanje is heeft een pan nodig die groot genoeg is voor het ganse maal, een pan van 46 cm is voor 12 personen.

paellapan

Er bestaat geen standaard voor een paella pan, sommigen zweren bij een pan van aardewerk en anderen willen een metalen pan met twee handvaten waar alle ingrediënten tezamen worden ingelegd.

Meestal zijn ze van gehamerd staal maar er zijn er ook met een egaal oppervlak.

Om het roesten tegen te gaan moet men ze inwrijven met olie als men de pan  niet gebruikt.

Aardewerk: schalen en potten in aardewerk zijn onmisbaar in de Spaanse keuken. Veel eten verkleurd in een metalen pot en doet dit niet in aardewerk.

Potten om in te koken zijn best niet geglazeerd, de smaken kunnen zich dan goed vastzetten in de binnenkant van de pot. Aardewerk kan gebruikt worden op direct vuur en in de oven maar breng ze zeer traag op temperatuur.

Voor het eerste gebruik leg de pot of schaal een nacht in water en leg er geen zure voeding of dranken in.

Potten en pannen: de meest gebruikte potten en pannen zijn in email. Buiten de gewone potten en pannen zou elk huishouden een “olla” moeten hebben. Een “olla” is een pot met een smalle bodem, een dik middenstuk en een smalle top en is daardoor perfect voor gerechten met een lange kooktijd zoals “cocidos”.

Enkele technieken.

Er zijn enkele speciale technieken voor de Spaanse keuken. Hierna kan men er een aantal vinden.

Look: er zijn enkele manieren om met look te koken en look is ook in enkele vormen te vinden, van het lookzout over gedroogde look tot look in zijn rauwe vorm.

Gesneden, rauwe look kan men gebruiken in marinades of om er salades mee besprenkelen. De hoeveelheid hangt af van de persoonlijke smaak

Koken verzacht de smaak van look maar geeft zijn smaak door aan andere producten. Men kan het opnemen in een bouquet garnie om smaak te geven aan soepen, stoofschotels en bouillons.

Stukjes kunnen in inkepingen in vlees gestoken worden en dan gebraden worden.

Een typische Spaanse manier om look te gebruiken is om hele gepelde teentjes look te frituren totdat ze goudbruin zijn, ze dan te pletten in de vijzel met andere kruiden, ze op te lossen in water of bouillon en dan kan men deze mengeling gebruiken om verder te koken.

Kikkererwten en andere gedroogde groenten: men moet ze de nacht voor het gebruik in water zetten.  Kikkererwten moeten twee uur koken en dan zijn ze nog niet zachter dan andere groenten. Gebruik geen zout op kikkererwten voordat zij half gaar zijn. Restjes kikkererwten en andere bonen kunnen gebruikt worden op salades of men kan ze gebruiken om soepen te verdikken.

Olie: olie betekent in Spanje altijd olijfolie. Indien gewenst kan je andere plantaardige olie gebruiken maar voor gazpacho en looksoep is olijfolie onontbeerlijk voor de smaak. De gefrituurde gerechten die zo populair zijn hebben de juiste olie nodig op de juiste temperatuur.

Vermeng geen twee soorten olie met mekaar, als men de olie verwarmd kunnen er giftige stoffen vrijkomen. Verwijder olie na 5 maal gebruik.

Gebruik je olijfolie in een elektrische frituurpan zet de temperatuur dan op 190°. Gebruik je een niet elektrische frituurpan, verwarm de olie totdat je een blokje brood in 20 seconden bruin kan maken.

Onder de naam fritten verstaan de Spanjaarden ook iets anders dan wij met onze knapperige fritten, maar veel mensen zijn liefhebber van “patatas fritas”.

Vergeet alle regels om fritten te maken, gebruik te weinig olie voor de hoeveelheid aardappelen en zet de temperatuur te laag en dan krijg je de typische Spaanse patatas fritas.

Sauzen: in de Spaanse keuken zijn er een aantal prachtige sauzen en er zijn een groot aantal gerechten met saus “con salsa”. Dit betekent in feite dat het gerecht is klaar gemaakt in de saus. De saus is geen aparte bereiding. Een basis saus in de Spaanse keuken is de “sofrito”of een gebakken tomaten mengsel.

Bouillon en consommé: Spaanse huisvrouwen gebruiken de “caldo” bouillon van de cocido. Dit is een rijke bouillon van kip, benen en ham. Deze bouillon is geen klare heldere bouillon maar hij is het startpunt voor soepen.

Wijn: bij het koken is de alcohol volledig verdwenen na een paar minuten en het is enkel de smaak die achterblijft. Hoe beter de wijn hoe beter het gerecht, gebruik dus niet de goedkoopste wijn die je kan vinden maar ga ook niet voor de duurste wijnen.

Kook niet met wijn in aluminium potten en pannen, de zuurheid kan verkleuring geven aan het voedsel en er een verandering van smaak aan geven.

Als je voedsel marineert dan moet men glazen schalen gebruiken.

Wees voorzichtig met zout, bij het gebruik van wijn laat men een deel inkoken en heb je dan de normale hoeveelheid zout toegevoegd dan is het resultaat veel te zout.

Het NIE nummer (Número de Identificación de Extranjero)

  1. Algemeen
  2. Het NIE nummer aanvragen in België of Nederland
  3. Wijzigingen in verband met de wagen
  4. Lees ook

1. Algemeen

Iedereen die een activiteit uitoefent, een woning of een wagen wenst te kopen dient een NIE nummer te hebben.  Het is tevens een persoonlijk nummer.

Het is niet verplicht dergelijk nummer te bezitten maar in de praktijk kan men niet zonder.  Men heeft het nodig om een bankrekening te openen, een telefoonaansluiting aan te vragen, om de kaart van de sociale zekerheid aan te vragen enz.  Vraag het nummer dus zo snel mogelijk aan.

Vereiste documenten:

  • Uw origineel paspoort of identiteitskaart + 1 kopij
  • Het NIE aanvraagformulier
  • Reden waarom men het NIE nummer aanvraagt, economisch, professioneel of sociaal
  • Bewijs van betaling

Iedere buitenlander die een onroerend goed bezit moet in het bezit zijn van een NIE nummer.  Logisch gevolg is dan ook dat de begunstigden van een erfenis of schenking in het bezit moeten zijn van dit nummer.

Men kan dit NIE nummer ook aanvragen in België en Nederland.

U kan het aanvraagformulier voor het  NIE nummer rechtstreeks downloaden op deze plaats NIE

2. Het NIE nummer aanvragen in België of in Nederland

Het document EX – 14 (solicitud de N.I.E.) in tweevoud invullen per persoon en handtekenen (punt 5 adres in België invullen).

Voor personen met Belgische nationaliteit :

  • kopij van de identiteitskaart ­ recto/verso en goed leesbaar op groot formaat- bijvoegen.

Voor burgers van één van de lidstaten van de EU :

  • kopij van het nationaal paspoort
  • kopij van de verblijfsvergunning in België.

Voor alle andere nationaliteiten:

  • kopij van de verblijfsvergunning in België
  • kopij van het nationaal paspoort
  • officieel bewijsstuk dat de aanvraag staaft.

Alle vermelde documenten dienen op het Consulaat voorgelegd te worden (dit moet niet strikt persoonlijk) alsook de originele identiteitskaarten, paspoorten en verblijfsvergunningen , Hertogstraat 85-87, 1000 Brussel van maandag tot vrijdag tussen 11:00 en 13:00 h

OPGELET : Indien u de aanvraag per post verstuurd, dienen de fotokopieën van de identiteitsbewijzen gewettigd te worden door het Gemeentebestuur van uw woonplaats of door een Notaris.

De aanvraag wordt nadien verzonden naar het Commissariaat- Generaal van de Vreemdelingenpolitie te Madrid.

Bij ontvangst van het toegewezen NIE-nummer (ONGEVEER NA 8-12 WEKEN) wordt het per post naar de aanvrager(s) verstuurd.

3. Wijzigingen in verband met de wagen

Dit nummer is dus noodzakelijk voor alle aankopen en contracten die een buitenlander in Spanje doet of afsluit.

Bij de aflevering van het NIE ontvangt u ook een attest Certificado de No Residente waarop het nummer vermeld is.

Een probleem is dat dit document slechts drie maanden geldig is maar wat moet men dan doen als men met de wagen op de baan is.  Dus uw ergste dromen worden waar, u moet alle drie maanden naar de vreemdelingenpolitie om een nieuw document aan te vragen en dat is de bureaucratie ten top.

4. Lees ook

Inschrijving bij de gemeente (Empadronamiento)

  1. Algemeen
  2. Aanvraag
  3. Vereiste documenten
  4. Lees ook

1. Algemeen

Dit is een probleemloze procedure maar het is een belangrijk document.  Men heeft het nodig voor de inschrijving op het consulaat of de ambassade, voor het openen van een bankrekening enz.

2. Aanvraag:

Waar:

Het gemeentehuis

3. Vereiste documenten:

  • Formulier dat de gemeente u verstrekt en dat u moet invullen
  • Geldig paspoort of identiteitskaart
  • Trouwboekje
  • Getuigschrift van woonplaats (huurcontract, telefoonrekening, enz.)

4. Lees ook:

Het inschrijvingsattest als inwoner van de EU

  1. Algemeen
  2. Aanvraag
  3. Vereiste documenten
  4. Een voorbeeld uit de praktijk
  5. Lees ook

1. Algemeen

Alle personen die meer dan 3 maanden in Spanje verblijven, moeten zich inschrijven in het Register voor Buitenlanders.  Vanaf 02/04/2007 worden er geen residentiekaarten (Tarjeta de Residencia) meer afgeleverd, maar de kaarten behouden hun geldigheid tot hun vervaldag.

Het nieuwe document heeft een zeer onpraktisch formaat (A4), daarom kan u best een verkleinde fotokopie maken en het origineel thuis laten.

OPGELET: Dit attest is geen identificatiebewijs, u dient dus uw Belgische/Nederlandse identiteitskaart of paspoort bij u te hebben.

2. Aanvraag:

Waar:

Oficina de Extranjería in uw buurt of het plaatselijk politiecommissariaat.

3. Vereiste documenten (origineel en kopie):

  • Het aanvraagformulier EX 16 (downloaden van de webstek van de overheid)
  • Geldig paspoort of identiteitskaart
  • Een bewijs van betaling op de bank dat de taks van € 10 betaald is
  • Uw NIE nummer behalve als het uw eerste aanvraag is

Een rechtstreekse link naar dit document staat hier: EX16

OPGELET

4. Een voorbeeld uit de praktijk

De betaling van 10 € moet gebeuren voordat men zich kan aanmelden en dit Modelo 790 kan men krijgen op het bewuste politie commissariaat.  Indien men een afspraak heeft dan komt men best vroeg genoeg.

Een ander probleem dat zich kan voordoen is dat als het adres op de oude residentiekaart staat niet in overeenstemming is met het huidige adres men een tweede maal moet terug komen.

Indien men nog in het bezit is van een geldige kaart maar met een ander adres op dan kan men best op voorhand langs het commissariaat gaan.

On s wedervaren staat op mijn blog Wonen in Spanje

OPGELET

Een proef met een nieuw model.

De Policía Nacional in de provincie Almeria gaat een nieuw model afleveren van het certificaat voor de Europese burgers die permanent in Spanje verblijven. Het betreft het “Certificado de registro para ciudadanos de la Unión Europea”.

Om het nieuw model te verkrijgen moet men een afspraak maken met de politie in Almeria of El Ejido.

Het nieuwe model heeft hetzelfde formaat (86mm x 54 mm) als het nieuwe rijbewijs of de nieuwe gezondheidskaart.

Het nieuwe formaat komt tegemoet aan de vraag van de Europese burgers die niet zo tevreden zijn met het huidige formaat A4. Het oude formaat was van gewoon papier en het was niet gemakkelijk om het op zak te hebben.

Het nieuwe formaat doet geen dienst als identiteitskaart, men moet zijn identiteitskaart of paspoort dus op zak hebben.

5. Lees ook:

El Barrio

el barrio

El Barrio is op 4 juni 1970 geboren als José Luis Figuereo Franco in de typische wijk Santa Maria van Cadiz.

Hij is opgegroeid onder de bescherming van de flamenco vereniging “La Perla de Cai” en  op zijn negende kreeg hij zijn eerste gitaar.

Vanaf zijn 14 trad hij op in Cordoba en Madrid vergezelt door de zangeres Juana la del Revuelo.

De geboorte van El Barrio

Hij was het beu om enkel de gitarist te zijn van zijn neef Diego Magallanes een stuurde een proefopname naar een opnamestudio.

Dit plaatst hem op de kaart en El Barrio, een verkorting van zijn geboorteplaats, is geboren.

Hij gaat op weg  met muziek gemaakt van een mengeling van flamenco, een persoonlijke inbreng, Andalusische rock en met een grote bewondering voor de meester Paco de Lucia.

In 1996 is er dan zijn eerste cd “Yo sueno flamenco”.

De artiest

El Barrio is een vernieuwer.  Door zijn fans wordt hij beschouwd als een stadsdichter van de 21° eeuw. Zijn composities hebben de smaak van Andalucia, zij gaan over liefde, haat, de wijk waar hij geboren is en de dagdagelijkse dingen.

Zonder twijfel is hij een apostel van de “nieuwe flamenco”.  Hij gebruikt het oude maar het klinkt modern.

Jongere flamenco artiesten zoals El Barrio willen de flamenco veranderen.    Oorspronkelijk ging het over de honger, de bar, de dictatuur, Andalucia en de migratie.  Maar met de flamenco zoals hij was zijn er miljoenen CD’s verkocht, er waren invloeden in de mode, universitaire studies werden uitgevoerd, enz.

De roep om verandering is ingezet met Paco de Lucia, welke de gitaar een andere plaats gaf in de muziek en instrumenten toevoegde.  Zij willen de oude structuur behouden maar met een mix van andere muziekstijlen.

Zijn poëzie doet denken aan een oudere generatie.  Surrealistischer dan Alberti, meer zigeuner dan Federico Garcia Lorca, meer gepassioneerd dan Miguel Hernández.

De liefde is de spil van zijn leven, zijn haat tegen folteren, zijn tragisch sentiment, de dood, het lot, de tradities van zijn land zijn de thema’s voor zijn liedjes.

Discografie

  • Yo sueno Flamenco (1996)
  • Mi secreto (1998)
  • Mal de Amores (1999)
  • La Fuente del Deseo
  • Yo me voy al Mundo (2002)
  • Ángel malherido
  • Playas de invierno (2005)
  • La Voz de mi Silencio (2007)
  • La Voz de mi Silencio live (2008)
  • Duermevela (2009)
  • Al sur de la Atlantida (2010)
  • Espejos (2011)
  • Hasta el fin de los tiempos (2012)

Website: een link naar zijn website vindt u hier

Hoe hij klinkt kan u hier zien en horen.

Paco de Lucia

paco de lucía

Paco de Lucia is geboren als Francisco Sánchez Gómez in het dorpje Algeciras, Cadiz op 21 december 1947, als jongste van vijf kinderen en hij is overleden op 25 februari 2014.  Paco de Lucia is een flamenco gitaarspeler en tevens een van de vertegenwoordigers van de moderne flamenco stijl.

Hij is algemeen erkend als een van de beste flamenco spelers ter wereld, die ook een geslaagde poging heeft gedaan naar andere muziekstijlen zoals jazz, funk, klassiek en wereldmuziek.

Het toonaangevende tijdschrift Rolling Stone plaatste hem in de lijst van de 100 beste gitaristen aller tijden.

Tijdens zijn ganse loopbaan  heeft hij verschillende prijzen ontvangen zoals, de gouden medaille voor verdiensten aan de schone kunsten, de eerste prijs van de Prins van Asturias.

Het verloop van de loopbaan

Zowel zijn moeder, Lucia Gómez “La Portuguesa” als zijn vader, Antonio Sánchez hebben hun zoon beïnvloed in zijn roeping.  Ter ere van zijn moeder heeft hij trouwens zijn artiestennaam gekozen.

In de wijk waar hij woonde waren veel kinderen met dezelfde naam, daarom noemde men hem daar “Paco van Lucia”, een naam welke hij dus hield als artiest.

Van zijn vader Antonio Sánchez, en van zijn broer Ramón de Algeciras, beiden flamenco gitarist heeft hij zijn eerste lessen op de gitaar gekregen.

Gedurende zijn ganse kindertijd moest hij alle dagen oefenen, naar eigen zeggen 10 tot 12 uren per dag en dan nog vond zijn vader het niet genoeg.

In 1958 op 11 jarige leeftijd speelde hij zijn eerste optreden voor Radio Algeciras.  In de beginjaren werd hij vergezelt door zijn broers Ramón op gitaar en door een andere broer Pepe de Lucia, een flamencozanger.

In 1961 ging hij op tournee met de groep van de flamenco danser José Greco.

In 1964 begon Paco een samenwerking met de Madrileense artiest Ricardo Modrego, met wie hij 3 albums maakte.

Tussen 1968 en 1977 had hij een zeer vruchtbare samenwerking met een andere vernieuwer van de flamenco muziek, Camarón de la Isla.  Samen maakten zij 10 albums.

In 1979 vormden Paco, John McLaughlin en Larry Coryell het “Guitar Trio”.  Hiermede gingen zij op een kleine tournee door Europa.  Coryell is later vervangen door Al di Meola en vanaf 1981 heeft dit trio drie albums gemaakt.

Met zijn eigen groep het “Paco de Lucia Sextet”, samen met zijn broers Ramón en Pepe,  heeft hij ook 3 albums gemaakt waarvan de eerste in 1981.

Paco heeft nog verscheidene flamenco albums gemaakt met zowel traditionele als met moderne invloeden.

Met zijn grote discografie heeft hij het bewijs geleverd van een nieuwe wijze van het begrijpen van flamenco als van zijn uitzonderlijk gitaarspel.

De universiteit van Cadiz heeft zijn uitzonderlijke verdienste voor de muziek erkend door hem te benoemen tot Doctor Honauris Causa in maart 2007.

In 1991 vroeg men hem om het zeer bekende “Concierto de Aranjuez” van Joaquin Rodrigo” te spelen.  Tot op dat moment was hij niet echt bekwaam om muziek te kunnen lezen.  Als een flamenco gitarist zei hij nadien dat hij een grotere nadruk had gelegd op het ritmische aspect van het gitaarspel.

Rodrigo zelf zei achteraf dat niemand ooit zijn werk op een zo briljante wijze had vertolkt.

Invloeden en karakteristieken van zijn gitaarspel.

Paco de Lucia heeft voornamelijk de invloed van 2 scholen ondergaan, de eerste is die van “Niño Ricardo”, algemeen beschouwd als een van de invloedrijkste figuren met de flamenco gitaar en die de directe voorloper van Paco is.  De twee is “Sabicas”,  aan hem wordt het toegeschreven dat de flamenco gitaar niet alleen als begeleiding van de zanger werd gezien maar als een volwaardig instrument.

De bijdrage van Sabicas aan de flamenco is dubbel, aan een kant vergrootte de techniek van het gitaarspel en aan de andere kant benadrukte hij hoe een componist moest te werk gaan bij het componeren, zoals welke stukken spelen als de zanger bepaalde teksten zingt.

Hij wou een compositie met een melodische en ritmische structuur die op het einde perfect in elkaar pasten zoals een klassiek werk.

De grootste bijdrage van Paco de Lucia is dat hij de flamenco populairder en internationaler gemaakt heeft.

Buiten een perfecte interpretatie en zijn virtuositeit is er  zijn persoonlijke stijl die we kunnen omschrijven als sterk en ritmisch.  Deze stijl toont zich in de talrijke werken van de artiest.

Het is tevens verdienstelijk dat hij de flamenco heeft durven voorstellen aan mensen van buiten Spanje en voor zijn vermengen van de flamenco met andere stijlen.  Paco de Lucia heeft hiervoor de weg gewezen.

Uiteindelijk mogen we ook niet vergeten dat zijn vader gitaarlessen heeft gekregen van Manuel Fernández, “Titi de Marchena”.  Een gitaarspeler welke ook in Algeciras woonde en het gitaarspel van Paco de Lucia heeft beïnvloed.

Een andere bijdrage aan de flamenco van Paco de Lucia bestaat er in dat hij de “cajón” ofwel “een krat”in deze muziek bracht.
Hij ontdekte dit in de jaren 70 in Peru en voelde direct aan dat dit het instrument was dat de flamenco nodig had als percussie-instrument.

In de huidige flamenco muziek is dit een onmisbaar instrument geworden.

Discografie

  • Los Chiquitos de Algeciras (1961) met Pepe de Lucia
  • Dos guitarras flamencas en Stereo (1965) met Ricardo Modrego
  • Doce canciones de Garcia Lorca para Guitarra (1965) met Ricardo Modrego
  • Dos guitarras flamencas en América Latina (1967) met Ramón de Algeciras
  • Canciones andaluzas para dos guitarras (1967) met Ramón de Algeciras
  • La fabuloso guitarra de Paco de Lucia (1967)
  • Doce hits para 2 Guitarras Flamencas (1969)
  • Hispanoamérica (1969)
  • Fantasia Flamenca (1969)
  • Recital de Guitarra (1971)
  • Con los 7 de Andalucia (1971)
  • El Mundo del Flamenco (1971)
  • El duende flamenco (1972)
  • Fuente y caudal (1973)
  • En vivo desde el teatro real (1975)
  • Almoraima (1976)
  • Interpreta a Manuel de Falla (1978)
  • Castro Marin (1981)
  • Friday Night in San Francisco (1981) met Al di Meola en John Mclaughlin
  • Sólo quiero caminar (1981) The Paco de Lucia Sextet
  • Passion, grace and fire (1983) met Al di Meola en John Mclaughlin
  • Live… one summer night (1984) The Paco de Lucia Sextet
  • Siroco (1987)
  • Zyryab (1990)
  • Concierto de Aranjuez (1991)
  • Live in América (1993) The Paco de Lucia Sextet
  • The guitar trio (1996) met Al di Meola en John Mclaughlin
  • Luzia (1998)
  • Cositas Buenas (2004)

website: een link naar zijn website vindt u hier.  Zij is zowel in het Spaans als in het Engels

Na al die lectuur wil u nu wel weten hoe Paco de Lucia klinkt?  Hierna kan u een voorbeeld horen en zien.

Koken in Spanje

  1. Algemeen
  2. Algemene kenmerken
  3. Geschiedenis
  4. Romeinse keuken
  5. Moorse invloeden
  6. Eten in het huidige Spanje

1. Algemeen

De Spaanse keuken is alles wat het Mediterraan dieet ideaal maakt. Het gebruik van vlees ligt in de Spaanse keuken hoger dan wat algemeen beschouwd kan worden als ideaal maar het ligt lager dan het verbruik van vis. Het gebruik van vis is overvloedig, misschien is het momenteel zelfs overvloediger dan vroeger toen men meer dierlijke vetten gebruikte zoals reuzel.

De hoeveelheid aan vruchten en groenten die in Spanje gegeten worden ligt hoger dan in de andere landen aan de Middellandse Zee maar is in feite nog altijd onvoldoende.

2. Algemene kenmerken

Zoals in veel andere landen is de Spaanse keuken zeer afwisselend tussen de verschillende regio’s, maar er zijn een aantal gemeenschappelijke kenmerken:

  • het gebruik van olijfolie, zowel op salades als voor het frituren
  • het gebruik van gefruite uien en tomaten als het begin voor de bereiding van overvloedige gerechten
  • het gebruik van look en uien als belangrijke kruiden
  • het gebruik van wijn tijdens het koken
  • het eten van brood tijdens de maaltijd
  • het veelvuldige eten van salades, vooral in de zomer
  • het eten van een stuk fruit of van een zuivelproduct als nagerecht. De zoetigheden zoals taarten en gebak worden voorbehouden voor speciale dagen of voor vieringen.

Onder de hoeveelheid aan gerechten in de Spaanse keuken zijn er toch enkele die voorkomen over het ganse Spaanse grondgebied. Daaronder zijn zeker tortilla de patata (aardappel omelet), gazpacho (een koude tomatensoep), paella (een rijstgerecht met vis, vlees of beide), pisto (een soort ratatouille), migas (broodgerechten), embutidos (vleeswaren zoals jamon de serrano, chorizo en morcilla) en kazen.

spaanse keuken

Er zijn veel gerechten op basis van peulvruchten zoals kikkererwten, linzen en bonen, vooral in eenpansgerechten en soepen alhoewel er verschillen kunnen bestaan in gebruikte ingrediënten.

3. Geschiedenis

Het product dat bij de eersten binnenkomt in het oude Iberia was tarwe. Men is niet zeker waarlangs de tarwe hier is gekomen, sommigen zeggen langs het zuiden terwijl anderen beweren dat het juist langs het noorden was omdat het transport vanuit het zuiden te moeilijk was.

Tijdens de Romeinse periode was de tarwe uit Iberia op zijn best en het werd een van de belangrijkste handelsgoederen in de buitenlandse handel.
De vroege bijval door de Romeinen van de tarwe bracht de tarwe van Spanje tot in Griekenland en Egypte.

Er bestonden twee grote soorten van voeding op het schiereiland, de ene soort kwam voor in het noordwestelijke deel van het schiereiland, waar meer dierlijke vetten werden gebruikt. De andere soort van voeding is meer de voorganger van wat wij nu kennen als het mediterrane dieet en dat werd gevonden in de zuidelijke gedeelten van het schiereiland.

Resten van voeding die gevonden werden in archeologische opgravingen toonden het gebruik van groenten, uien en look aan.

Olijven werd binnengebracht door de Feniciërs en andere gebruikte producten in de Spaanse eetcultuur zijn tomaten, aardappelen en pepers maar deze kwamen hier pas na de ontdekking van Amerika.

4. Romeinse keuken

In de Romeinse periode werden er veel moderne producten geconsumeerd die uit allerlei provincies van het rijk kwamen.  Daarna kwamen er producten uit Amerika, alhoewel de meeste van deze producten enkel door de aristocratie en niet door de burgerij gegeten werden.

Een aantal werken beschrijven de eetgewoonten uit die periode in het oude Rome, waar gerechten uit alle provincies bijeen werden gebracht. Zo weet men bijvoorbeeld dat er duizenden amforen met olijfolie uit Spanje naar Rome werden gebracht.

Nochtans, en dan vooral in de Keltische gebieden, kwam de consumptie van dierlijke producten (lam, rund, …) meer voor dan de consumptie van groenten.  Maar ook in die tijd waren kolen reeds bekend en men hield er van en men beschouwde kolen ook als een goed huismiddeltje tegen allerhande kwaaltjes. Andere populaire groenten in die tijd waren artisjokken en uien.

In Romeins Spanje hadden de hammen uit Pomeipolis (Pamplona) een groot prestige. De export van varkensproducten werd de basis van een sterke plaatselijke economie.

Het is vrijwel zeker dat er linzen werden geconsumeerd in Spanje omdat zij een wezenlijk deel uitmaakten van de voeding in het leger en omdat zij tevens gemakkelijk te bewaren en te transporteren waren.

lentejas

Favabonen kende men ook en zij golden als heilig.  Kikkererwten gebruikte men toen ook al, vooral door de armere klassen.

Paddenstoelen waren vooral in het noordelijk deel van het land gangbare voedingsmiddelen.

Wijnbouw kende en gebruikte men maar het lijkt erop dat het de Grieken waren die de wijncultuur in de Mediterrane streken brachten.

Bij de Romeinen aten de rijken al liggend op een bank, iets wat zij hadden overgenomen van de Grieken, en zij gebruikten hun handen omdat er geen vorken waren en tafelkleden werden maar gebruikt vanaf de eerste eeuw.

Zij gebruikten 2 borden, een plat en een diep. De borden werden vast gehouden met de linkerhand. Die hand kon niet gebruikt worden omdat zij op hun linkerarm rustten en dus bleef enkel de rechterhand over om te eten.

Messen kende men maar zij waren aan tafel niet nodig omdat het eten door slaven voorgesneden was in hapklare stukken.

Lepels gebruikte men wel en afhankelijk van wat men at was er een verschil in grootte. De eerste lepels waren gemaakt van schelpen van de venusschelp.

5. Moorse invloeden

Vooral in het zuiden hebben de Moren een onuitwisbare indruk achtergelaten en die invloed is ook in de keuken voelbaar. Door nieuwe landbouwtechnieken zoals irrigatiewerken slaagden de Moren erin om gronden die tot dan toe braak hadden gelegen te bewerken en er een opbrengst van te verkrijgen.

Nieuwe gewassen werden ingevoerd zoals rijst, aubergines, artisjokken en asperges evenals specerijen die tot dan toe onbekend waren gebleven in de westerse wereld zoals peper, kaneel en komijn vonden hun weg naar de Spaanse keuken.

De moren voerden ook de huidige manier van eten in met een maaltijd met verscheidene gangen in plaats van alle gerechten in eenmaal op tafel te zetten.

6. Eten in het huidige Spanje

Niet zolang geleden en vóór de meeste mensen een wagen hadden brachten de vrouwen van het dorp het middagmaal naar hun mannen die op het veld aan het werk waren. Niet zo maar een paar boterhammetjes maar een pot met warm eten.

De snelheid van het dagelijkse leven is erg veranderd in Spanje maar het middagmaal is nog altijd een zeer belangrijke gebeurtenis. Zelfs in de steden met hun fast-food restaurants, gaan de mensen op de middag terug naar huis voor een goed middagmaal en tegelijkertijd kunnen zij genieten van hun siesta na het middageten om nadien terug te keren naar hun werk.

De dag start met de “desayuno”, dat is het ontbijt, en op het eerste zicht geeft dit niet voldoende energie om te overleven tot aan het middagmaal. Het ontbijt bestaat uit “cafe con leche”, koffie met zeer veel melk en brood, toast of “churros”, gefrituurde stokjes met suiker op.

churro

Omdat dit niet genoeg is tot aan het middagmaal neemt praktisch iedereen tussen 10.00 en 11.30 een tweede ontbijt. Dit ontbijt is meestal een koffie met een zoet broodje of “pan con tomate” en dat is brood met tomaat. Er is ook nog de mogelijkheid om een “bocadillo” te nemen en dat is een broodje met beleg.

Krijgt men na dit alles toch nog honger en moet men iets eten voor het middagmaal dat tussen 14.00 en 15.00 genomen wordt dan is er nog altijd nog de tapabar.

De “comida” is het middagmaal en bestaat uit minstens 3 delen, een voorgerecht, een hoofdgerecht en en een nagerecht.  Het voorgerecht is meestal een soep, een gerecht met eieren, een salade en is dan gevolgd door het hoofdgerecht met vis of vlees en met aardappelen en daarna is er nog een nagerecht dat dikwijls een stuk fruit of een pudding is.

In de late namiddag, zoiets van tussen 17.00 en 19.00 is er de “merienda”, een licht maal of een snack. Daarom lopen de tapabars terug vol tot ongeveer 20.00.

In de grote steden kan het avondmaal eerst om 23.00 geserveerd worden dus heeft men iets nodig tussen het middagmaal en het avondmaal. Behalve als men buitenshuis eet is dit maal veel lichter dan het middagmaal.

Verblijven in Spanje

In dit hoofdstuk leggen wij uit hoe u zich inschrijft bij de administratie en zodoende alle papieren verwerft welke voorgeschreven zijn door de Spaanse of Belgische/Nederlandse wetgeving.

Ik zeg er bij dat slechts een kleine minderheid van de buitenlanders dit opvolgt.  In de straat waar wij woonden waren er gemiddeld een 30 buitenlanders meer dan 3 maanden aanwezig.  Slechts 3 hadden alle benodigde papieren.

Deze handelswijze is nefast voor bepaalde voorzieningen.  Voor het gemeentehuis moeten we nu een 30 minuten auto rijden waar wij in feite recht hebben op een wijkkantoor.  De benodigde medische voorzieningen (het aantal dokters en de openingstijden van het gezondheidscentrum) zijn afhankelijk van het aantal inwoners.  Wij hebben bijvoorbeeld een dokter in het dorp van maandag tot vrijdag van 12.00 tot 13.30 uur.  Als alle buitenlanders zich zouden inschrijven zou dit vlug oplopen.  Onnodig te zeggen dat dit soms de nodige irritaties met zich meebrengt.

Voor onderdanen uit de Europese Unie zijn er geen bijzondere maatregelen vereist.  Voor een verblijf van MINDER dan 3 maanden moet u in het bezit zijn van een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort en voor kinderen jonger dan 12 jaar een certificaat MET foto.

Voor een verblijf van langer dan 3 maanden moet sedert 02/04/2007 geen “Tarjeta de Residentia”  meer aangevraagd worden maar is er nu een inschrijvingsattest vereist.  Dit attest wordt afgeleverd door het “Oficina de Extranjero” of als er geen Oficina is dan bij het lokale politiebureau.

Verder zijn er nog de volgende documenten:

Door het verdwijnen van de “Tarjeta de Residentia” is het moeilijker geworden om zich te kunnen identificeren.   Belgen zijn nog in het bezit van een identiteitskaart  maar Nederlanders hebben een paspoort, wat op zich niet zo klein is.  Hierna staat in het kort hoe Nederlanders een identiteitskaart kunnen aanvragen.

Nederlandse Identiteitskaart (NIK)

Wat heeft men nodig voor het aanvragen van deze kaart?

  • Uw huidig identiteitsdocument, paspoort of NIK
  • 3 pasfoto’s
  • Bewijs van inschrijving in een Spaanse gemeente (empadronamiento)
  • Bewijs van uitschrijving in Nederland, de aflevering hiervan gebeurt door de Nederlandse gemeente waar u het laatst woonachtig was.

Voor kinderen tot 12 jaar dienen de ouders zich met het kind te melden op het consulaat en handtekening en paspoort van beide ouders zijn vereist.

De kostprijs voor deze Nederlandse identiteitskaart is momenteel € 49,10 .

Pensioen

  1. Algemeen
  2. Je bent op pensioen en je gaat in het buitenland wonen, wat moet ik nu doen?
  3. Ik verhuis naar het buitenland en zal mij daar verzeker bij een zorgverzekeraar. Kan de inhouding van de ziekteverzekering op mijn pensioen stopgezet worden?
  4. Ik verhuis naar het buitenland. kan de bedrijfsvoorheffing op mijn pensioen stopgezet worden?
  5. Een aantal maal is er in dit artikel sprake geweest van het levensbewijs maar wat is dat?

1. Algemeen

Als u zich als gepensioneerde in Spanje vestigt dan moet u een verblijfsdocument aanvragen (zie  hoofdstuk verblijven).   Vergeet ook niet voor het vertrek bij het ziekenfonds een E-121 aan te vragen.  U heeft dit nodig voor de inschrijving bij het Spaanse ziekenfonds (zie sociale zekerheid).

Met andere woorden, u moet het bewijs leveren dat u financieel onafhankelijk bent, ( ongeveer € 400 per persoon/per maand) en u dient het bewijs te leveren dat u in regel bent met het ziekenfonds.   Met het formulier E-121 draagt u uw rechten op medische verzorging over van uw thuisland naar het Spaanse ziekenfonds.  Heeft u geen ziekenfonds in uw thuisland, dan kan u hier in Spanje een privé verzekering afsluiten.

Is een echtgenoot financieel afhankelijk van de ander dan moet het bewijs geleverd worden van het huwelijk.

Het Belgische pensioen blijft u volledig ontvangen en kan op uw Spaanse rekening gestort worden.  Afhankelijk van het pensioenstelsel krijgt u uw pensioen zonder voorheffing te betalen in België.

Dit is niet geldig voor alle pensioenen, bijvoorbeeld voor pensioenen uit de overheidssector en de oorlogspensioenen geld de regel dat zij de voorheffing in België moeten blijven betalen, maar er bestaan uitzonderingen (de NMBS). Voor alle zekerheid neemt u best contact op met uw pensioenkas.

Wenst u uw inboedel mee te brengen uit België of Nederland, dan dient u geen taksen te betalen op uw inboedel.  Komt u van buiten de EU dan zijn er taksen verplicht.

Meer kan er op deze site niet over gezegd worden, deze materie is te complex om in zijn algemeenheid te behandelen.

Het Belgisch pensioen in enkele vragen en antwoorden.

2. Je bent op pensioen en je gaat in het buitenland wonen, wat moet ik nu doen?

Eerst nog dit, er zijn in België een groot aantal verschillende pensioenstelsels en de bijgaande uitleg slaat op de pensioenen die uitbetaald worden door de staat.

We beginnen met de nakende verhuizing te melden aan uw pensioenkas en in België kan dat per e-mail op cdvupensioenen.thesaurie@minfin.fed.be

Uw verhuis heeft wel gevolgen voor de uitbetaling van uw pensioen:
De uitbetaling per circulaire cheque is niet meer mogelijk.

De pensioenkas kan vanaf dan uw pensioen enkel overschrijven op uw bankrekening in België. U moet ons dan wel tweemaal per jaar een levensbewijs toezenden.

Alle andere betalingswijzen (betaling op buitenlandse rekening) gebeuren door de Rekenplichtige der Geschillen, bureau Liggende Gelden. In dat geval moet u vóór iedere betaling (dus elke maand) een levensbewijs indienen.

3. Ik verhuis naar het buitenland en zal mij daar verzeker bij een zorgverzekeraar. Kan de inhouding van de ziekteverzekering op mijn pensioen stopgezet worden?

In de meeste gevallen blijft u ingeschreven bij uw Belgisch ziekenfonds. De zorgverzekeraar van het nieuwe thuisland bevestigt uw inschrijving aan uw Belgisch ziekenfonds.

U wordt in de meeste gevallen onderworpen aan de buitenlandse wetgeving inzake ziekteverzekering. D.w.z. als in dat land bepaalde medische kosten niet worden terugbetaald, dan komt het eigen Belgisch ziekenfonds niet tussen voor dit soort verschillen.

In principe blijft de inhouding ziekteverzekering op het pensioen behouden maar hier bestaan er een aantal uitzonderingen!

Het is daarom belangrijk dat u vóór uw afreis naar het buitenland eerst de nodige inlichtingen inwint bij uw Belgisch ziekenfonds of het Rijksinstituut voor Ziekte – en Invaliditeitsverzekering (R.I.Z.I.V.).

4. Ik verhuis naar het buitenland. kan de bedrijfsvoorheffing op mijn pensioen stopgezet worden?

Deze vraag behoort tot de bevoegdheden van de Federale Overheidsdienst Financiën, Belasting en Invordering. Centrale diensten AOIF
Directie III/1A – Internationale betrekkingen
North Galaxy Toren A – 15de verdieping
Koning Albert II laan 33 bus 25
1030 Brussel
Tel.: 0257.639.97
Voor meer informatie kan u bij voornoemde diensten terecht.

Indien u in aanmerking komt voor deze vrijstelling moet u het gunstige gevolg van de dienst Internationale Verdragen aan de pensioenkas doorgeven zodat de voorheffing op het pensioen kan stop gezet worden (eventueel met terugwerkende kracht).

De bijdrage solidariteit zal wel van het pensioen afgehouden worden.

Voor je naar het buitenland vertrekt moet je bepalen hoe je uw pensioen wil laten uitbetalen en er zijn verschillende mogelijkheden voorzien:

De overschrijving naar een bankrekening in België:Ook indien u zich in het buitenland heeft gevestigd kan u uw pensioen op een Belgische financiële rekening ontvangen.Er zijn een aantal voordelen aan deze betalingswijze verbonden. Er zijn met deze overschrijving geen overschrijvingskosten en men moet slechts tweemaal per jaar een levensbewijs opsturen.

De overschrijving op buitenlandse bank- of postrekening: Deze betalingswijze wordt automatisch toegepast indien u in het buitenland verblijft tenzij u vooraf de betaling van uw pensioen naar een Belgische bankrekening heeft aangevraagd.

Naargelang het geval moet u ons of de rekenplichtige volgende gegevens verschaffen: uw volledige naam en volledig adres, uw pensioennummer(s) en eventueel uw nationaal nummer.

Het pensioen wordt niet meer betaald op een vaste datum. De rekenplichtige beschikt maandelijkse over vier betalingsdatums waarin hij een collectieve betalingsopdracht kan uitvoeren.Indien uw dossier niet in orde is op het ogenblik van zo’n betalingsopdracht, moet u de volgende afwachten.

Na de betalingsopdracht, duurt het nog minstens 8 dagen vooraleer u de bedragen op uw bank- of postrekening zal ontvangen.Een belangrijk nadeel aan deze betaalwijze is dat u elke maand een levensbewijs moet binnen brengen.

Het internationaal postmandaat:Een betaling van uw pensioen met deze betaalwijze gebeurt niet meer door de pensioendienst maar door de Rekenplichtige der Geschillen, bureau Liggende Gelden. U moet daartoe uw aanvraag richten aan:

De Rekenplichtige der Geschillen
Bureau Liggende Gelden
Kunstlaan 30 te 1040 Brussel
Tel. +32(0)2 574 78 71 of +32(0)2 574 79 02
E-mail: geschillen.tf@minfin.fed.be

U moet hem de volgende gegevens verstrekken:
Uw volledige naam en volledig adres
Uw pensioennummer(s) en eventueel uw nationaal nummer

Nadelen die aan deze betaalwijze verbonden zijn zijn dat u elke maand een levensbewijs moet binnen brengen, er kosten aan verbonden (€10), het maximumbedrag  beperkt is, er een risico op diefstal is en verlies en de betalingsprocedure duurt langer en is onregelmatig.

Opgelet: het levensbewijs is bij dit soort betaling een rommeltje en dan vooral de datering, de rekenplichtige zal slechts betalen indien hij er zeker van is dat u in leven bent op de dag van de betaling.

Daarom wordt er een onderscheid gemaakt tussen de:
pensioenen betaalbaar op de eerste werkdag van de maand:
Het levensbewijs mag ten vroegste gedateerd worden op de eerste werkdag van de maand waarop het pensioen betrekking heeft.
pensioenen betaalbaar op de laatste werkdag van de maand:
Het levensbewijs mag ten vroegste gedateerd zijn op de voorlaatste werkdag van de maand waarop het pensioen betrekking heeft.

De bankcheque: Een betaling van uw pensioen met deze betaalwijze gebeurt niet meer door de pensioendienst maar door de Rekenplichtige der Geschillen, bureau Liggende Gelden. U moet daartoe uw aanvraag richten aan:

De Rekenplichtige der Geschillen
Bureau Liggende Gelden
Kunstlaan 30 te 1040 Brussel
Tel. +32(0)2 574 78 71 of +32(0)2 574 79 02
E-mail: geschillen.tf@minfin.fed.be

U moet hem de volgende gegevens verstrekken:
Uw volledige naam en volledig adres
Uw pensioennummer(s) en eventueel uw nationaal nummer

Nadelen aan deze betaalwijze zijn dat u elke maand een levensbewijs moet binnen brengen, de kosten voor het uitschrijven en het verzilveren zijn ten laste van de gepensioneerde, er is een risico op verlies, niet-ontvangst en diefstal.

5. Een aantal maal is er in dit artikel sprake geweest van het levensbewijs maar wat is dat?

Elke gepensioneerde die in het buitenland woont moet op geregelde tijdstippen een levensbewijs op sturen naar zijn pensioeninstelling. Dit levensbewijs moet zowel door de titularis als door de bevoegde publieke overheid ingevuld en ondertekend worden.

Voor de verzending van het levensbewijs zijn er verschillende mogelijkheden:

  • verzending met de gewone post. Dit is de klassieke wijze om een levensbewijs over te maken aan de rekenplichtige.
  • verzending per e-mail of per fax. Opdat een betaling tijdig zou plaatsvinden kan de rekenplichtige een levensbewijs verzonden per fax of e-mail aanvaarden.

Het levensbewijs moet gewettigd worden door een plaatselijke (plaatselijke gemeente) of door een Belgische autoriteit (ambassade, consulaat)

Indien het levensbewijs per fax of per e-mail wordt verzonden moet de begunstigde van het pensioen of de rente het origineel gedurende zes maanden bewaren.

Dit origineel moet terstond naar de dienst van de geschillen opgestuurd worden bij uitdrukkelijk verzoek hiervan.

Men kan dit bewuste levensbewijs hier in PDF formaat downloaden.